Transcription
Mr. A. Dirkzwager
Louise de Colignylaan 161,
Rotterdam.
22 februari 1982.
Je schrijven van 21 Februari, lieve Zus, doet mij naar de pen grijpen en mijn hart over het politieke bedrijf te luchten. Toen ik mijn Jongste dochter vroeger bij haar huiswerk hielp en haar vroeg of zij het wel begreep, antwoordde zij steevast met de wijsheid, waarvan ik de grote waarde eerst later ging beseffen, dat zij het niet begreep, dat hoefde ook niet als zij het maar WIST.
Zo weet ik dat velen zich vaak geroepen achten om zich in het politieke bedrijf te storten, doch ik begrijp niet wat hen daartoe gedreven heeft. Want, lieve Zus, wij weten niet door welke krachten, door welke machten wij worden geregeerd.
Zo weet ik dat de roomsen in 1853 ten tijde van de aprilbeweging niet waardig werden geacht mede te werken aan het besturen van het land, omdat zij allen 'ultra-montanen' zijn en dat ruim 100 jaar later de reformatorisch gezinden zich in politiek verband hebben verenigd tot het CDA, een verband waarbij reformatorische Christenen blijk gaven niet meer te weten waarom zij zich ten tijde van Luther en Calvijn van Rome hebben afgescheiden.
Trouwens wat je vertelde van je schoonzoon Gualthérie van Weezel over zijn ervaring in een partijbijeenkomst in Krasnaspolsky, blijkt wel dat de eenheid in politiek denken, daar verre te zoeken is.
Ook de triomftocht van paus Johannes Paulus in Nigeria, waar je schoonzoon vroeger werkzaam is geweest en waar hij getuige is geweest van het onbarmhartige gedrag van de daar gevestigde militaire dictatuur, is beschamend voor hen die zich als reformatorische Christenen aandienen.
Ik kom hier, lieve Zus, niet met lege handen want ik zend je hierbij ter lering en vermaak een bundel getiteld "In en Om de Tweede Kamer" van den destijds zo bekende schrijver Frans Netscher, behorende tot de groep van de zogenaamde Tachtigerts. Ik althans heb deze schetsen nu weer eens met genoegen herlezen en daaruit geleerd hoe kortstondig de roem is van parlementariërs.
Jij schrijft, dat als je Hans hoort praten het beslist tussen de heren politici geen koek en ei is, dat de één nog agressiever is dan de ander en dan te bedenken, dat die je land moeten besturen......
De politiek macht heeft altijd bestaan en zal altijd blijven bestaan om de strijd wie de macht in handen houdt. Hij, die de macht In handen heeft is de baas, kan zichzelf verrijken, paleizen, grafmonumenten en standbeelden oprichten of schatten in goederen, geld en dergelijke vergaren.
De moderne methode is om ten behoeve van het land studiereizen te maken naar landen, die ver afgelegen zijn. Dankzij de moderne verkeersmiddelen kunnen zulke reizen zelfs in groepsverband in korte tijd worden gemaakt, een tijdsbestek waarin het natuurlijk onmogelijk is enig inzicht te verwerven in de totaal vreemde cultuur van het bezochte land. De machtshebbers beschikken over de landsmiddelen, de gelden, en zijn royaal met het uitstrooien van miljoenen, bestemd als ontwikkelingsgelden, doch door de machthebbers van het geholpen land uitgegeven aan paleizen en ander vertoon.
Lezing van Netscher's boek zal je leren hoe men ook in de kamer van de toen, nog 'Honderd,' besproken, bekritiseerd en zelfs genadeloos beledigd werd. Meen niet dat ik het in alles met Netscher eens ben, want op schandelijke wijze laat hij zich uit over het kamerlid van Kempen, notabene de directeur van de grote fabriek van zilverwerken in voorschoten. Het wil mij voorkomen dat je schoonzoon veel lering uit dit boek zal kunnen trekken, maar ik laat het aan jou over of je het hem al dan niet wilt of zult afstaan.
Voor mij heeft het boek geen waarde meer en ik meen, door het aan jou te zenden, er dan een goed tehuis voor te hebben gevonden. Het was destijds een zeer beroemd werk.
Bovendien zul je hebben begrepen dat ik, al sta ik als nummer één op de kiezerslijst, die straks de leden van de provinciale staten moet kiezen, dus als oudste lid van mijn rayon ingeschreven, nog strijdbaar en vol energie ben, gelijk ook mijn Jaan.
Je hebt dus afscheid genomen van het liefdewerk dat je zoveel jaren met volle overgave en zo voorbeeldige toewijding hebt
verricht, maar bedenk dat reeds de Génestet (1829-1861) dichtte:
"Er is een tijd van komen en
een tijd van gaan.
Gij hebt het vernomen,
maar hebt gij het ook verstaan?
Dag Lieve Zus, A.D