Transcription
Verhaal voor Maarten Dirkzwager.
Rhoon, 23 februari 1993.
Er was eens een gemene en boosaardige man en die had van alle mensen in de wereld, als zij sliepen, hun geld afgepakt en gebracht naar een diepe, verafgelegen grot hoog in de bergen en het daar in een heleboel ijzeren kisten opgeborgen. "Zie zo," zei hij, "nu heb ik alles en de anderen hebben niets."
Maar, Maarten, zijn geluksgevoel duurde niet lang, want hij werd bang, dat zij met z'n allen naar de ingang van de grot zouden komen om zijn geldschat van hem af te pakken. Tien tegen één is gemeen, maar 6 miljard mensen (dit is de wereldbevolking in 1993) tegen één is toch wel het allergemeenste van het gemeenste in de wereld.
Nu herinnerde Maarten zich dat in een gek winkeltje, bij hem om de hoek van de straat, dat je daar in in jampotje een heel speciaal soort bladluis kon kopen, die klein bleef als het luisje rozenblaadjes te eten gaf, maar de grootste draak van de wereld zou worden als je het dieet veranderde in drop-toffees, zo stond het op het etiket van het jampotje te lezen
Je begrijpt wel, Maarten, de gemene man kocht het jampotje met de bladluis en ook niog 2 pond drop-toffees. Eén pond voor hemzelf en één pond om de bladluis in een draak te laten veranderen. Na de aankoop ging de gemene man onmiddellijk naar zijn grot in de bergen. Daar aangekomen deed hij één toffée in het jampotje en zoals op het etiket stond, zag je dat de luis meteen begon te groeien. Naar een klein kwartiertje paste ie al niet meer in het jampotje. Enfin, het luisje groeide uit tot een afgrijselijke, drie flatgebouwen hoge draak met alle typische draken-kenmerken. "Zie zo", zuchtte de gemene man wederom, "nu is mijn grot goed bewaakt en kan ik nu naar huis gaan en mijn huiswerk afmaken. Tja, hij zat nog op school, omdat hij reeds 23 keer was blijven zitten in de vijfde klas.
In die tussen tijd was er in stad en land en op de tv een grote opschudding uitgebroken, omdat er geen geld meer was om de boodschappen te betalen. De Koningin, de minsters en de burgemeester en Maarten kwamen bijeen om een plan te beramen om de wereld te redden.
Helaas heb ik geen papier meer. Maarten, wil jij het sprookje afmaken?
Het moet wel gelukkig eindigen !