Transcription
De heer en mevrouw Dirkzwager-van der Have
Oude Rijksweg 27,
4472 AD 's-HeerHendrikskinderen.
Amsterdam, 16 maart 1995.
Beste ouders,
Ziehier achterop het verhaal van de scheepsramp van Diana in 1817, die 12 (178 jaar oude) borden aan ons kommaliwant in Rhoon toevoegde.
Vera had te samen met twee vriendinnen (Nicoline Sjollema & Mies de Hartog) vermetel op 36 porseleinen borden uit de opgevist cargo van het "country-ship Diana" geboden op de veiling van Christie op 6 & 7 maart 1995 in Amsterdam. In de veronderstelling dat zulk een bod toch overboden zou worden, verwachten zij niet, dat zij hun bod gestand zouden moeten doen.
Het lijkt een beetje, als je de vergelijking wilt trekken, op een onbeschermde coïtus. Ach, van die ene keer word je niet zwanger. Zo gauw gaat dat niet. En wat blijkt.... toch zwanger Een "moetje."
Maar nu het er éénmaal is, zijn wij er erg blij mee en zouden het voor geen geld willen missen. Een prachtige "conversation piece" zijn die 12 borden in huize Dirkzwager.
Ingesloten ook nog een kopie van mijn schrijven an de burgervader van Amsterdam (Patijn. ADD). Ik ben benieuwd of hij begaan is met de frustraties veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur van de ambtenaren in "zijn" stad?
Veel liefs + groeten, Aadie
Bijlage FD artikel 13 maart1995
Veiling Porselein uit schip Diana van Palmer & Co brengt f 5,6 mln op
DOOR DRS H. J. HIJMERSMA
BARINGS ging het schip in als gevolg van het ongelukkig zakendoen van één medewerker in Singapore. Het is niet voor het eerst dat het in het Verre Oosten zo misging. Neem nu de krach van de beurs in Calcutta in 1830. Daar was het John Palmer, die het voor het, zeker toen, gigantische bedrag van £ 5 mln liet afweten en vervolgens vele anderen in staat van deconfiture deed belanden.
Palmer (1767—1836) had ooit de bijnaam "prins der kooplieden", hij stamde uit een
invloedrijke familie en werd beschouwd als de grootste en machtigste Europese 'mogul' in het India van zijn tijd. Hij stond aan het hoofd van Palmer & Co, een enorm zakenimperium met als hoofdzetel Calcutta.Tot de groep behoorden banken, verzekeringsmaatschappijen, indigo-plantages, brouwerijen, leerlooierijen, stokerijen, katoenweverijen, korenmolens en zagerijen. Ambtenaren en legerofficieren vertrouwden hun geld toe aan handelshuizen zoals Palmer & Co, die optraden als investeringsbank. Er werd 10% rente op deposito's betaald, terwijl de dividenden nog veel hoger waren: in 1825 keerde Palmer & Co 25% uit!
Een van de activiteiten was de handel met China. Wat men uit dat land betrok, was onder andere porselein. China is vanouds de grote producent op dit gebied. In de zeventiende en achttiende eeuw vond zijn porselein vooral veel aftrek in Europa.
Aan het einde van de achttiende eeuw kwam daar Amerika bij; na de onafhankelijkheid voelde men zich niet meer gebonden aan het monopolie van de Engelse Oostindische Compagnie en stuurde zelfschepen naar Kanton.
Van grote invloed op de vraag naar Chinees porselein in Europa was de technische ontwikkeling op het gebied van de keramische productie in het derde kwart van de achttiende eeuw in Engeland. Daar slaagde Wedgwood er in sterk en vooral goedkoop serviesgoed te produceren (het 'creamware') dat ook nog eens door middel van zogenaamde '"transfer printing" in serie en wederom goedkoop van een decoratie kon worden voorzien.
De handelsblokkade als gevolg van de Napoleontische oorlog leidde er vervolgens toe dat een dergelijk produkt ook op het vasteland van Europa werd ontwikkeld (Villeroy & Boch, en later ook Regout). Na de Franse tijd heeft de vraag naar Chinees porselein zich dientengevolge in Europa nooit meer hersteld.
In Brits Indie daarentegen bleef die bestaan. Daar was de 'Honourable East India
Company' nog immer zeer actief. Katoen en opium (hiermee werd zeer veel geld verdiend,
ook toen al) werden naar China verscheept en thee en porselein vormden de retourvracht.
De schepen uit Calcutta en Madras voeren eenmaal per jaar heen en weer; ze vertrokken
met de nazomer-moesson en keerden in het voorjaar terug. Het doel van de reis was Kanton; de schepen meerden af op de rede van het eiland Whampoa in de Parelrivier, acht mijl stroomafwaarts van Kanton. De officiële buitenlandse handel was er in handen van dertien Hong-kooplieden, die alle importgoederen opkochten en tevens de volledige retourvracht leverden. Zoals gezegd was John Palmer ook betrokken bij de vaart op China. Palmer & Co had twintig schepen in bezit.
Een hiervan was de Diana, een zogenaamd 'country-ship'. Dit was in het vroege voorjaar van 1817 uit China weggevaren en deed op de vierde maart Malakkа aan, gelegen op de westkust van Maleisië. Bij het vallen van de avond, en volgeladen met vers fruit en vlees, zette de kapitein koers naar Madras. Geplaagd door dysenterie ging hij echter vroeg naar kooi en liet het commando over aan de eerste officier, James Crichton.
Er was die nacht geen maan en in het pikkedonker wist deze in de Straat van Malakka de
juiste koers niet te houden; het schip liep op een verraderlijke granietformatie. Men
ondernam nog een reddingspoging, maar tevergeefs. Kapitein Alexander Lyell ging met
zijn schip ten onder, terwijl de eerste officier de wal wist te bereiken, waar hij op de vijfde
maart om één uur 's middags op het 'stadhuys' van Malakka officieel verslag deed aan de Nederlandse magistraat Anthony Stecher.
Ruim honderdzeventig jaar later vormde dit verslag voor Dorian Ball en zijn bedrijf, Malaysian Historical Salvors, het uitgangspunt van een bergingspoging. Na drie jaar naarstig zoeken werd het wrak op een diepte van 32 meter aangetroffen, en kon het boven water brengen van de inhoud beginnen. Met ongeveer 63% van de oorspronkelijke lading is dat gelukt: zink, aluin, glazen kralen, groene thee, gember (in de originele porseleinen potten), rabarber, ginseng, kamfer, kaneel, steranijs, gedroogde vis (inmiddels wel doorweekt), dieren-botten en stro. En vooral porselein, veel porselein; elf ton in totaal, waarvan 24.000 stukken onbeschadigd. Deze werden op 6 en 7 maart bij Christie's in Amsterdam geveild: borden, schotels, kommen, vruchtenmanden, kop-en-schotels, terrines, dienschalen (in diverse formaten) en potten, met in totaal meer dan tweehonderd verschillende vormen of motieven.
Het veilinghuis had de partij opgedeeld in 1300 kavels met richtprijzen van f 150 tot
f 10.000. Verwachte opbrengst: f 3 mln. Wat de marketing betreft had Christie's gekozen
voor een nieuwe strategie. In de pr werd de aandacht volledig gericht op de particulier.
Voor de musea en de echte verzamelaars was dit porselein uit het begin van de negentiende eeuw (maar nog wel, ten dele, met de laat-achttiende-eeuwse, classicistische vormgeving) niet interessant. Particulieren daarentegen konden warm gemaakt worden om hun dinertafel nu eens extra cachet te geven met het Diana-porselein. In deze opzet is Christie's goed geslaagd. Voor de aanvang van de veiling waren er ruim zeshonderd schriftelijke biedingen ontvangen, door geïnteresseerden in de Verenigde Staten, het Verre Oosten (Maleisië, Singapore, Japan en Hongkong), Duitsland, Engeland, België, Zwitserland en uiteraard Nederland, Hiervan kwam 90% nog niet in het relatiebestand van het veilinghuis voor.
Het begin van de veiling - met de zaal goed gevuld met een zeer internationaal gezelschap, zowel handelaren als particulieren -werd goed geprogrammeerd ingezet met een groep zeer decoratieve objecten: de vruchtenmanden met opengewerkte rand op onderschotel. Handelaar David Howard zette direct de toon voor het eerste kavel met een richtprijs van f 2800-f 5600 door te bieden tot f9000.
Toen dinsdag bij kavel 1319 de hamer voor de laatste maal viel, waren er 1266 kavels verkocht voor in totaal f 5.611.413. Dit bedrag geeft de hamerprijzen weer plus het normale opgeld van 15% en de 17,5% btw daarover verschuldigd. Aangezien het hier goederen betrof van buiten de EG, was er sprake van een zogeheten margeregeling, waarbij de hamerprijs werd vermeerderd met 24,8%, zijnde opgeld en btw. Kocht men zonder de margeregeling, dan werd dat percentage zelfs 35.
Een kwart van de omzet kwam voor rekening van 188 kopers uit Nederland; 54 bieders
uit het Verenigd Koninkrijk spendeerden f 1,3 mln en waren daarmee goed voor 23,21%.
Op de derde plaats kwam Maleisië - vooral de musea daar hebben veel gekocht. Duitse
particulieren kochten 108 kavels voor f 521.640.
In de race om de opdracht voor het veilen van de inhoud van dit scheepswrak te krijgen
heeft Sotheby's wel degelijk meegedaan, maar uiteindelijk heeft Christie's gewonnen.
Dit veilinghuis heeft namelijk grote ervaring in deze 'niche'. Al in december 1982 werden
voor het eerst objecten uit een gezonken schip, de Slot der Hooge, in Amsterdam geveild. Tot de Diana ging het vervolgens om in totaal bijna achtduizend kavels voor $ 20.546.344.
Dorian Bal! (1945) was geen onbekende voor Christie's; hij heeft het vak geleerd als duiker in het team van de beroemde/beruchte Captain Michael Hatcher. In tegenstelling tot zijn 'leermeester' heeft Ball ervoor gekozen zijn zaken in juridisch opzicht goed te regelen. Al vanaf het begin - voordat hij in de archieven op de Diana was gestuit - stond het voor hem vast dat het schip duidelijk binnen territoriale wateren moest liggen en dat er overleg diende te zijn met de overheid.
Dit heeft ertoe geleid dat er een contract gekomen is tussen hem en de Maleisische regering. Deze sloot op haar beurt als juridische eigenaar van de opgedoken goederen een overeenkomst met Christie's en trad ook als inbrenger op. Ball met zijn Malaysian Historical Salvors moest echter de kosten van de berging voor zijn rekening nemen. Daartoe vormde hij een consortium van beleggers, dat voor twee derde uit Maleisiërs bestaat. Van de opbrengst, f 5,6 mln minus het opgeld en de door het veilinghuis gemaakte kosten (de enorme pr-campagne), gaat 30% naar de regering
van Maleisie en de rest naar Dorian Ball (en zijn team) en zijn geldschieters. Deze zijn zeker uit de kosten.
Bij Christie's haalt men opgelucht adem: het is weer gelukt met het inmiddels zoveelste scheepswrak. De markt is kennelijk nog niet verzadigd: na het porselein uit de zeventiende eeuw (de Hatcher-collectie) en de achttiende eeuw (de Nanking en de Vung Tau Cargo) is nu ook het porselein uit de vroege negentiende eeuw bij het publiek in de smaak gevallen. Vol verwachting klopt ons har what's next?