1996-01-12 NRC column over een jeugdherinneringen van Dick Hillenius (1927-1987).

Name/Title

1996-01-12 NRC column over een jeugdherinneringen van Dick Hillenius (1927-1987).

Transcription

Het jaarlijks bezoek aan Artis herinnerde Hillenius zich als een van de gelukkigste belevenissen uit zijn Amsterdamse jeugd. Later woonde hij lange tijd met zijn gezin in een van de houten huizen van Artis, waar een kamer met terraria was ingericht. In dat huis gaven Hillenius en zijn vrouw feesten, die enkele van mijn vrienden zich herinneren als de leukste die ze ooit meemaakten. Hoe leuk kunnen feesten zijn? "Aperots" Column uit de NRC d.d. 12-01-1996 ls dertienjarige gaf mijn moeder me voordat ik vertrok naar een schoolfeest een zelfde geldbedrag twee maal. Het ene (linkerbroekzak) was bedoeld om meisjes die lang alleen stonden iets te drinken aan te bieden, het andere (rechterzak) kon ik besteden met wie ik zelf wilde. Al op weg naar het feest begon er een innerlijke tweestrijd die ik achteraf duid als een natuur-cultuur dilemma. Er was grote zelfbeheersing vereist om niet enkele guldens uit mijn linkerzak in de rechter te laten glijden (het beest), terwijl mijn moeder uitzag naar het moment, dat ik uit eigen beweging guldens van de rechterzak in de put links zou storten (cultuur). Iedereen, misschien met uitzondering van de buitengewoon aantrekkelijken, weet dat een feest een slagveld kan zijn. Bij geen andere gelegenheid lieten zoveel verschillende mensen me. kort achter elkaar, als een baksteen vallen als tijdens de vrolijkste feesten. Hillenius begreep daar meer van. Gelokt door muziek, hapjes, drank, de kans op dansen en vrijen begeven de genodigden zich naar het feest, waar onder het mom van vrolijkheid bittere gevechten worden geleverd. Want het ultieme doel van een feest, in evolutionaire zin, is uitwisseling van informatie. Op een feest wordt afgetast hoe de hiërarchische verhoudingen liggen, wordt bepaald wie als partner in aanmerking komt en wie alleen zal overblijven. Hillenius stond ambivalent tegenover feesten, al gaf hij ze zelf misschien een aanwijzing dat hij, zijns ondanks, tamelijk hoog op de aperots zat en was zeker geen sociaal wenteldier. Zijn literaire voorkeur ging zelfs uit naar solitaire misantropen zoals de dagboekschrijver Paul Léautaud. Hillenius was als de dood gebonden te raken, zich aan te moeten passen, ingekapseld te raken in een hierarch. Hij was chronisch bezig daaraan te ontsnappen. Hillenius voelde grote sympathie voor Léautaud, omdat die iedere toenadering van bewonderaars consequent afwees, al kon hij diens onverschilligheid ten opzichte van de jodenvervolging niet begrijpen. Léautaud had niemand nodig, was eerlijk op het onbeschofte af. Een kwaadaardigheid zoals alleen iemand die niets te verliezen heeft, behalve een troep zwerfkatten, zich veroorloven kan. Maar zelf misantroop worden valt heus niet mee. Drie weken vakantie in het Hervormd Weeshuis, hoe gruwelijk ook, biedt onvoldoende garantie voor een radicaal kunstenaarschap. Wie niet in ziin vroege jeugd verlaten is, of misschien mishandeld werd door een wrede stiefvader, ontkomt er op latere leeftijd haast niet aan aardig gevonden te willen worden. Misschien heeft Hillenius dat begrepen en legde hij zich er bij neer dat er niets anders op zat dan zichzelf te blijven en als een aimabele man genietend door leven te gaan. einde citaat. Na schrift van ADD. Ik vond dit een "schoon" (Vlaamsch) "petite histoire: (Frans). Een moeder, die eenzelfde geldbedrag in beide broekzakken van haar zoon stopt, alvorens hij ter feest gaat met de opdracht (last) om die verschillend te besteden. De diepe gedachte van de moeder is: "Dat wat in de natuur niet opgemerkt wordt, bestaat niet.'

Update Date

June 19, 2026