Transcription
Gekopieerd van de kerstkaart van bisschop Bär.
"Hoe onuitspreekbaar is het wat een mens hier vindt:
een God toont ons zijn aangezicht: wij zien alleen een kind....
Zo is de mens geschapen: naar Gods gelijkenis en beeld.
een God, zo broos en teder, die onze wonden heelt.
Zo hoort een mens te leven: in kleinheid schuilt de kracht.
Voor wie dat ziet, groeit er een groot licht in de nacht
"Zo hoort een mens te leven: 'in kleinheid' schuilt de kracht." (Bär)
"Nee, want het streven naar macht zit in het DNA van de mens." (ADD)
Amsterdam, 23 februari 2021
Lieve vrienden in Brussel,
na de sneeuw en ijzige koude, die ons een week-lang in de ban hield of er een elfstedentocht gereden zou kunnen worden, zette na deze week de dooi in en beleven wij op ons dakterras een temperatuur van 17 gr. Celsius in februari, nota bene!
Ik hoop dat de mediterrane oleanders en olijfbomen de minus 13 gr. Celsius overleefd hebben.
Dank voor het opsturen van het artikel in de Haagsche Post over Claartje Kruijff. Het is bijzonder dat zij binnen een kerkorganisatie haar levensbestemming heeft gevonden met het uitlegger van Godsbedoeling voor de mens op Aarde. Ik vind het te abstract.
De kerntaak van de juridische opleiding is om abstracties te definiëren! Op mijn vragen om de abstractie van God te definiëren, kreeg ik als antwoorden kenmerken, zoals liefde, compassie, barmhartigheid etc., en dat was (à mon avis) niet exact genoeg. Joseph Campbell (1904-1987) van God is een 'eye-opener.'
Het Christendom is nog maar 2000 jaar oud.
Waarom is de devotie aan de voor-christelijke goden "heidens'? (op de Joodse God na ?) Het scheppingsverhaal van de oude Perzen en van de semitische Babyloniërs wijken niet veel af van het joodse scheppingsverhaal, constateer ik (n.a.v. de citaten uit het boek van Jona Lendering over Alexander de Grote).
"Zo is de mens geschapen: naar Gods gelijkenis en beeld." laar Bär ons weten. "De mens" impliceert de mensheid. De mensheid is sterfelijk, ergo God is sterfelijk of niet? God als abstractie is niet sterfelijk .
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekjе
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
In vochtig bedjes, neen.
Rutger Kopland (1934-2012)
In dit gedicht van Kopland wordt de broosheid en tederheid van jonge sla nog slap in hun vochtige bedjes opgeroepen.
Voor wie die ontroering niet ondergaat moet zijn emotioneel te kort door een psychiater laten behandelen. Adriano dixit
Gisteren en ook vandaag is het 17gr. Celsius op het dakterras. Eigenlijk zou ik nu de houten plankieren moet schuren om het terras schoon te maken van algen en mosvorming. "Eén zwaluw maakt nog geen zomer," is het excuus om deze brief met bijlagen te schrijven. Nadat ik deze brief op de post gedaan heb, ga ik weer lezen in het zeer onderhoudend boek: 'De zeven Levens van Rome' van Robert Hughes (1938-2012). Het is en inhaalslag van mijn gemiste gymnasium-scholing, waar ik door mijn Brussels vrienden op aangesproken word!
Veel liefs + groeten ook door Vera, Aadje
Bijlagen
Jona Lendering (geb. okt. 1964), auteur van:
"Alexander de Grote, de ondergang van het Perzische reik."
Quote" Citaat Bldz. 162
Tijdens zijn reis naar het oosten opende Darius III onderhandelingen met Alexander. Zoals gezegd bood hij hem in december 333 v.Chr. een onmetelijke losprijs voor de koninklijke familie en suggereerde hij, zonder territoriale concessies te doen, een gelijkwaardig bondgenootschap. Het was een opmerkelijk gul aanbod voor een Perzische koning.
Ahuramazda (wijze heer) die 'deze Aarde had geschapen, de Hemel daarboven had geschapen, de mensen had geschapen, het geluk van de mensen had geschapen en Darius tot hun koning had gemaakt', had dat koningschap bedoeld als heerschappij over de gehele mensheid. In theorie had de koning der koningen geen gelijke, maar Darius was een realist." unquote.
Quote: Citaat bldz.179
De Babyloniërs, of althans degenen die de ons bekende teksten schreven, verwachten dat een goede koning zorgdroeg voor de tempels, in het bijzonder die van de oppergod Marduk, de Esaglia (het huis dat zich verheft).
Deze godheid was zo eerbiedwaardig dat de Babyloniërs zijn naam niet uitspraken, maar hem in plaats daarvan aanduiden als 'Bel' (heer). Hij had de kosmos geschapen.
Bel, wiens naam ze vertalen, met 'Zeus', doorkliefde de duisternis en scheidde hemel en aarde. En hij gaf alles in de kosmos zijn plaats. Maar de dieren verdroegen de kracht van het licht niet en kwamen om. Toen Bel zag dat het land woest en ledig was, beval hij een van de goden hem het hoofd af te snijden, aarde met zijn wegstromende bloed te kneden en mensen te vormen en dieren, die de lucht konden verdragen. Unquote