1998-02-16 Brief van Em de Vries

Name/Title

1998-02-16 Brief van Em de Vries

Description

1998-02-16 Brief van Em de Vries over schrijven is een hulpmiddek voor denken

Transcription

A.D. Dirkzwager Keizersgracht 702 Amsterdam Em de Vries, Malibaan 90 Utrecht 16 februari 1998 Lieve Aadje, Wat is er toch op tegen voor een vrouw om correspondentie te voeren met een man? Ik ben ervan overtuigd, dat als de mensen niet zo beperkt en bekrompen zouden zijn, vele boeiende briefwisselingen zouden opbloeien, zonder dat meteen sprake zou zijn van meer ontwrichte huwelijken. "There is nothing good or bad, it's the thinking that makes it so." (Shakespeare 1564-1616) Mensen die schrijven, zijn mensen die denken. Het één kan niet buiten het andere. Denkende mensen geven zich rekenschap van de wereld en van de wereldgebeurtenissen, van zichzelf en van hun plaats in die wereld, worden zich al schrijvend en analyserend bewust van hun daden. Je zou daaruit kunnen concluderen dat schrijvende mensen verantwoordelijke mensen zijn. Aangezien "gij zult niet kwetsen" alle 10 geboden onder één noemer brengt en een verantwoordelijk mens dat gebod ter harte zal nemen, strandt de hetero-correspondentie al gauw in schuldgevoelens, tenzij een mens de kracht opbrengt, het zelfvertrouwen heeft om de verantwoordelijkheid te nemen voor een tegendraadse actie. Ik wil niet veel, maar ik wil je zonder schuldgevoel kunnen schrijven, omdat het voor mij een hulpmiddel is om te denken, te leven en onder woorden te brengen, wat ik doe en waarom. Natuurlijk schrijf ik ook aan anderen , te weten Willemijn van Asbeck, Daan en Tien bijvoorbeeld, zijn belangrijke klankborden. Ieder vriendschap of te wel "relatie"vult een facet aan. Het bijzondere in de correspondentie met jou is de veelzijdigheid van huis tuin en keukenverhalen tot levensbeschouwelijke verhandelingen. Schrijven is een "één op één relatie" en dat is natuurlijk ook het bedreigende ervan (in de ogen van anderen). Als ik naar Willemijn schrijf, mag zij die brief (meestal) best laten lezen aan Willem, maar als ik naar beiden zou moeten schrijven zou er geen letter op papier komen. Als Willem (of Vera) schrijvers zouden zijn, dan zou ik hen persoonlijk schrijven. Sinds je geen "correspondentie-adres" meer hebt en mijn brieven een bedreiging voor het dagelijks evenwicht kunnen betekenen, heb ik mijn schrijfader afgeknoopt. Zo af en toe kwam er wel iets uit, maar met schroom en terughoudendheid . Ik neem de verantwoordelijkheid op me en ga weer schrijven. Een gesprek met mijn zoon Daan was daarvoor de aanleiding. Hij schreef een uiterst poëtisch brief aan zijn tante Mieke (Hendrikse) die het voorlas. Ik gaf Daan daarvoor een compliment gegeven. Uit het gesprek dat daarop volgde bleek hoezeer de schrijfcultuur, waarin hij is opgegroeid, invloed op hem heeft gehad. "Ja," zei Daan, "ik heb dat ook natuurlijk meegekregen door mensen als Aadje, Elzeline en Willemijn van Asbeck bijvoorbeeld." Is dit geen bijzonder voorbeeld van overdracht van generatie op generatie? Waarom werk ik nooit normaal in een gestaag ritme? Het is altijd een Marathon, waarbij uiteindelijk een soort euforie en bezetenheid ontstaat, een gedrevenheid waarbij ik mijn eigen gedachten en beelden niet bij kan houden. Dan ben ik bijna gelukkig, ook al zijn er ervaringen, tegenslagen of dilemma's, die me ongelukkig maken. Achter de ezel overdenk ik "mijn zonden", maar er komt een moment, waarop ik niet meer denk en alleen maar ben. Vervend, zoekend, gedreven om het beeld, dat ik voor ogen heb op het doek te krijgen. Uiteindelijk wordt het altijd anders, mislukt het meeste. En toch realiseer ik me dan hoe belangrijk het is, dat een mens iets heeft waar hij voor gaat; waardoor hij wordt meegesleept. Een mens, die het werk mag doen dat aansluit bij zijn wezen en zijn capaciteiten., is een bevoorrecht mens. Weliswaar vraag ik me altijd weer af of de energie en inzet (offers) geen beter doel waardig zouden zijn. Als Willemijn vertelt over een bezoek aan een school voor gehandicapte kinderen (ik hoor dat van Willem van A. en niet van H.J.) waar mensen zich dagelijks belangenloos voor inzetten, herinner ik me vergeten idealen uit een ver verleden: Mijn roeping om als medicus iets voor dergelijke mensen te kunnen betekenen. Door mijn eigen fysieke ongemak mocht het niet zo zijn en oefentherapeut Mensendieck was een onbevredigend alternatief. Ik ben, denk ik, een mens 'van alles of niets', een veeleisende perfectionist. Als ik het ideaal niet kan verwezenlijken, kies ik niet voor het compromis. Dan stel ik mezelf een ander ideaal; tracht mezelf boven de middelmaat uit te werken, maar de verloren roeping, het leven dat je niet hebt kunnen, mogen leven blijft knagend aanwezig. Het Rode Kruis. Waarom is dat niets voor jou? "Waarom zou je niet die kans grijpen om je in te zetten voor de zieke gehandicapten -en oorlogsslachtoffers? Waarom zou je je niet je open stellen voor een nieuwe kans, een nieuwe opgave om je buiten de gebaande wegen te begeven en daarnaast schrijven over je ervaringen? ik wil je wel helpen, misschien heb je nog een assistent nodig, misschien kun j daarmee mijn wens "iets voor de mensheid te betekenen" vervullen. Teamwork, zoals W en H.J.? "Docus, schilder en zwijg ! Ik wens je mooie dromen. Je Em

Update Date

November 16, 2025