Transcription
A.D.Dirkzwager
Oranje 38
3161 BC Rhoon
Aan Rector et Senatus Veteranorum
van het USC
Janskerkhof 14
3512 BL UTRECHT
13 september 1993
Mijnheer de Rector,
Groentijd 1993
"Senatores boni viri, senatus autem mal bestia." "Ipso facto" geldt dit ook voor De Heren X en de Aedilaats Commissie.
Het kwaadaardige beest zit verborgen en houdt zich schuil in de collectiviteit. Men hoede zich voor de massa. De collectiviteit als maatschappelijke uiting, beleeft veel vreugde aan verkeerde gewoonten.
Het kwaadaardige aspect van het kwaadaardige beest zijn haar verkeerde gewoonten en het beestachtige (zoals ieder beest geen moraal kent en daarom ook geen verwijtbaar gedrag) is het ontbreken van zelfkritiek van het collectief ten tijde van het begaan van ontoelaatbare handelingen.
De balans opmakend aan het einde van een groentijd, kan de Senaat dan pas spreken van een geslaagde groentijd als zowel iedere oudere jaars als iedere eerste jaars, met min of meer welgevallen, kan terugzien op de meest opmerkelijke weken van het jaar dan wel van zijn leven, waarin de novitii gelouterd worden alvorens geïnstalleerd te worden.
Mijnheer de Rector, ik maak mij grote zorgen voor de toekomst -en het voorbestaan van het USC als een der leidinggevende organen aan de groentijd , te weten: de Heren X;
(samengesteld uit kennelijk de meest respectabele ouderejaars corpsleden met grote verdiensten voor het USC en die geacht worden boven de groentijd te staan en er voor moeten waken, omdat er op voet van ongelijkheid wordt gegroend, dat het Beest zich niet straffeloos aan de verkeerde gewoonten i.e.
1) de novitii lichamelijk geweld aandoen en 2) zich niet aan andere onoorbare praktijken kan overgeven.
2) in het souterrain van PHRM een novitius kan afzonderen en zelf, zonder restricties, die zij wel de zaal opleggen, gaat ontgroenen, en daarmede haar toezichthoudende functie verliest.
Tempora mutantor
Als Honorair kroegcommissaris 1964/65, wiens ervaringen weliswaar gedateerd
zijn, vraag ik mij af:
1 . Is het h e t toelaatbaar dat de Heren X niet alleen toezicht houden houden, maar ook zelf actief
ontgroenen? In 1964/65 onthield de toenmalige Heren XVII,
als commissie van bijstand, zich van enige ontgroening's activiteit.
2 . Is het toelaatbaar om enige novitius van zijn "jaar" af te zonderen
zonder uitdrukkelijke toestemming van de Senaat?
In 1964/65 zou het antwoord "neen" geweest zijn met uitzondering van de Pij-feut.
3 . Is het toelaatbaar physieke intimidatie toe te passen op een enkeling in afzondering
af zondering? Antwoord in 1964/65 zou geweest zijn "neen" met uitzondering van de Pij- feut;
maar daar stond als compensatie tegenover dat na afloop van de fysieke intimidatie voor he in het verschiet lag.
De psychologische en ludieke intenties waren onmiskenbaar.
4. Is het toelaatbaar dat een novitius 3.5 uur in ontklede staat en onder psychische dwang
zich moet verantwoorden tegenover "respectabele" Heren X-leden, in een situatie waar voor
de novitius geen enkele ludiek element valt te onderkennen, noch ten tijde der verantwoording
noch na afloop?
In 1964/65 zou het antwoord "neen" geweest zijn. Nimmer werd een novitius gedwongen zich
te ontkleden, zelfs de Pij-feut niet.
5 . Is het psychisch toelaatbaar een novitius naakt meerdere keren gedurende een korte tijd in de
onderkoelde bierkelder op te sluiten?
In 1964/65 zou het antwoord een bondig "neen" geweest zijn.
6 . Is het toelaatbaar dat de novitius, overmand door physiek geweld, zich moet laten welgevallen
dat hij aanhoudend vele malen in zijn gezicht wordt gespuugd ?
wordt gespuugd?
In 1964/65 zou het antwoord "neen" zijn geweest.
7. Is het toelaatbaar dat op de lichamelijke integriteit van de novitius, die ontgroend wordt op
voet van ongelijkheid, een inbreuk wordt gemaakt wordt gemaakt door met schoenen op de
polsen te staan als wel hem onder grote mentale druk te dwingen met zijn eigen vuisten op
zijn beide jukbeenderen te slaan, zodat aan beide zijden op zijn gezicht zwellingen van
blauwe plekken zijnn ontstaan met opgezwollen oogleden?
Het antwoord in 1964/65 zou "neen" geweest zijn.
Buitengewoon verwerpelijk is de interprestatie van de Heren X dat de novitius niet geslagen
door leden van het college van de Heren X, maar zichzelf heeft gemutileerd.
Op dit punt moge ik u verwijzen naar een kopie van bijgevoegde attest van het Ikazia ziekenhuis te Rotterdam-Zuid d.d. 11-09-1993.
Mijnheer de Rector, ik kan mij niet indenken dat de Heren X met voldoening terugkijken op de nacht van 9 op 10 september 1993, waar het kwaadaardig beest van de "Uebermensch" een ander mens tot een "Untermensch" degradeerde, zijn naam en reputatie defameerde, zonder enig ludiek element (zelfs niet na afloop) en daardoor een strafmaat toepaste, die in een totalitaire systeem niet had mistaan.
Ik heb de brief geschreven, omdat ik, na kennis genomen hebbende van het "abus de pourvoir", een zwijgen mijnerzijds medeplichtigheid zou impliceren.
Ik neem met belangstelling kennis van uw reactie en moge de inhoud dezer brief de aanleiding zijn voor u zijn om wellicht nog eens de grenzen der bevoegdheden van de verschillende commissies te toetsen aan de code vann behoorlijk bestuur.
In ons Utrechts Studenten Corps kent men de wraak niet. Indachtig aan de tekst van de aria "In diesen heil'gen Hallen" uit Mozart's "Die Zauberflöte," verzoek ik mild te zijn voor degeen van de Heren X, die tegenover u mijnheer de Rector, berouw en schaamte betoond hebben, omdat zij het vertrouwen van Rector en Senaat geschonden hebben, "sonst verdienen wir nicht ein Mensch zu sein."
Getekend: A.D.Dirkzwager,
Een bezorgde Honorair Kroegcommissaris 1964/65
Bijlagen:
1) Aria: "In diesen heil'gen Hallen" uit Mozart's "Die Zauberflöte,"
"In diesen heil'gen Hallen"
kennt man die Rache nicht,
und ist ein Mensch gefallen,
führt Liebe ihn zu Pflicht.
Dann wandelt er an Freundes Hand
vergenügt und froh ins bess're Land.
In diesen heil'gen Mauern,
wo Mensch den Mensch liebt,
kann kein Verräter lauern,
weil man dem Feind vergibt.
Wen solche Lehren nicht erfreun,
verdienet nicht, ein Mensch zu sein.
2). Ikazia ziekehuis
Montessoriweg 1
3083 AN Rotterdam
Afd.Heelkunde
Dr j.j. van Gogh
DR H.F. Veen
Dr R.U. Boelhouwer
I.M.C. Janssen
11 september 1993
To whom it may concern
Op verzoek van de heer A.D.Dirkzwager, wonende te Rhoon,
zag ik heden (11/9/1993) zijn zoon Reinoud.
Bij lichamelijk onderzoek constateerde ik afwijkingen in het aangezicht
waarbij geen aanwijzingen voor fracturen (botbreuken) waren,
doch wel duidelijk restverschijnselen van onderhuidse bloedingen (subentane haematonen).
Verder constateerde ik ernstige onderhuidse kneuzingen
(contusie van de weke delen) rond het linker -en rechterpolsgewricht.
Bovenstaande bevindingen kunnen passen bij voorafgaande
gebeurtenissen van fysiek geweld, in wat voor vorm dan ook.
CC Enige Honorair Senatoren en Honorair Kroegcommissarissen